
Gelijknamige breuken:
+
- Je telt de teller op
- Je schrijft de noemer over. (JE TELT DE NOEMER NIET OP).
-
- Je trekt de teller van elkaar af.
- Je schrijft de noemer over. (JE TREKT DE NOEMER NIET AF).
Ongelijknamige breuken:
+
- Je maakt de noemer gelijk. Dit kan vaak door de twee noemers te vermenigvuldigen met elkaar.
- Je vermenigvuldigt de noemer met de teller. Dit gebeurt op een kruislingse manier.
- Linker teller x rechter noemer.
- Rechter teller x linker noemer.
- Als de noemer gelijknamig is dan tel je de tellers terug op.
- Indien nodig vereenvoudig de breuk!
-
- Je maakt de noemer gelijk. Dit kan vaak door de twee noemers te vermenigvuldigen elkaar.
- Je vermenigvuldigt de noemer met de teller. Dit gebeurt op een kruislingse manier.
- Linker teller x rechter noemer.
- Rechter teller x linker noemer.
- Als de noemer gelijknamig is dan trek je de tellers af.
- Indien nodig vereenvoudig de breuk!
Breuk en breuk, getal en breuk:
X
- Bij vermenigvuldigen doe je de teller maal de teller.
- Vermenigvuldig daarna de noemer met de noemer.
- Indien nodig vereenvoudig de breuk!
:
- Bij gedeeld door moet je de tweede breuk omdraaien.
- Je krijgt een vermenigvuldiging.
- Bij vermenigvuldigen doe je de teller maal de teller.
- Vermenigvuldig daarna de noemer met de noemer.
- Indien nodig vereenvoudig de breuk!
Let op! Bij vermenigvuldigen en delen van een getal (bijvoorbeeld 25). Wil zeggen dat het 25 eerste is. Daar komt dus een 1 in de noemer terecht.
Bekijk de video tot minuut 7:30.
Tel de gelijknamige breuken op:

Trek de gelijknamige breuken af:

Tel de ongelijknamige breuk op:

Trek de ongelijknamige breuk af:

Vermenigvuldig de breuken:

Delen van de breuken:

